Canada - Klondike

Klondike Goldrush



Mijn moeder zei vroeger altijd: ‘je moet huilen met de wolven, als
je bij de wolven bent,’ en met dat in mijn achterhoofd heb ik er hier
het beste van gemaakt. Vaak voelde ik mijn hart bonzen. Ik was zo bang,
maar ik deed me voor als de dapperste ter wereld, en ik ben goed terecht
gekomen. Nu ik terugkijk als een oude vrouw, wilde ik dat ik weer jong
was, zonder dat er iemand van mij afhankelijk was. Dan zou ik zeker
terug gaan naar het land van de Yukon, goudzoeken en zo rijk worden dat
ik altijd onafhankelijk kan zijn.





Anna DeGraf




Introductie … Het bekken van de Yukon Rivier






Het verhaal van de Gold Rush speelt zich af in het bekken van de Yukon
rivier. The Yukon rivier stroomt 2400 km van zijn bron in het
kustgebergte van noord British Columbia. Ze buigt eerst noordwaarts en
stroomt vervolgens in westelijke richting via de vlakte van midden
Alaska door heuvels en moerasland. Zowel de rivieren die naar het zuiden
stromen vanuit de Brooks Range, als die naar het noorden stromen vanuit
de Alaska Range komen uit in de Yukon rivier. Deze rivier zet
sedimenten af in the Bering Zee, waar ze het uitgestrekte estuarium van
de Yukon delta vormt.





Goud in de Klondike



De ontdekking van goud aan de Klondike rivier in 1896 veranderde de
geschiedenis van de binnenlanden van Alaska en het Yukon Territory. De
Klondike rivier voegt zich ongeveer 200 km stroomopwaarts vanaf de grens
tussen Alaska en Canada bij de modderige Yukon rivier. Voordat de
mijnwerkers kwamen, die de rivier dicht lieten slibben, waren de
heldere, blauw-zwarte zomerwateren altijd goed gevuld met zalm.



De fantastische rijkdommen van de Klondike vondst veranderden het leven
van de mannen en vrouwen in het bekken van de Yukon rivier voor altijd.
Mijnwerkers beschouwden zichzelf gelukkig als ze claims vonden waar de
opbrengst 4 of 5 cent per pan was. In de aanvoerbeken van de Klondike
was de grond vaak 400 of 500 dollar per pan waard.



In veel van de beekjes en  stroompjes van het Yukon bekken werd goud
ontdekt. In 1896 zochten meer dan 1000 goudzoekers in het gebied.
Iedereen geloofde dat ze dichtbij de grote vondst waren.



Stenen-voor-drijven-in-visnet-palen-rivier



De Han Athabascan, bekend als het volk van de rivier, noemden de
Klondike rivier ‘Throndiuck’, genoemd naar de traditionele visnetpalen,
die zij in de bodem van de rivier sloegen. De vreemde klanken van de Han
taal verwarden de ongetrainde oren van de blanken.
Dus het was onvermijdelijk dat de mannen met de goudpannen het Han
Throndiuck zouden verbasteren tot het mijnwerkers Klondike.




Het gebied opeisen






George en Kate Carmack, Skookum Jim, Dawson Charlie en zijn neef Patsy
Henderson kampeerden aan de mond van de Klondike rivier in augustus
1896. Zij waren bijna door hun voorraden heen en jaagden op rendieren,
toen zij goud ontdekten in de Rabbit Creek, die later Bonanza Creek
genoemd is.



Carmack beweerde dat een Indiaan toch nooit een claim zou mogen
registreren, dus eiste hij de ontdekte claim op voor zichzelf in
augustus 1896. Wel kende hij de helft ervan toe aan Skookum Jim. George
eiste gebied No. 1 Below op voor zichzelf, claim No. 2 Below voor Dawson Charlie en claim No. 1 Above voor Skookum Jim. Omdat Kate een getrouwde vrouw was, werd er aan haar naam geen claim toegekend.



Het ontdekkings verhaal volgens de Tagish



Het volk van de Tagish Athabscan verklaren dat het goud in de Klondike
was ontdekt door Skookum Jim, broer van Kate Carmack, dankzij een
ontmoeting met de Wealth Woman, de Vrouw van de Rijkdom.



Skookum Jim ontmoet de Wealth Woman, die voor het eerst verschijnt als
een kikker in een diepe kuil. Jim redt de kikker, brengt haar naar een
plaats waar ze zichzelf kan opfrissen, praat tegen de kikker en geeft
haar vervolgens een cadeau dat om haar hoofd gebonden zit. Later droomt
Jim van een prachtige vrouw met glimmende dingen over haar lichaam die
schitteren als goud. De vrouw stelt zich voor als zijn tantetje, hoofd
van Kikkerland, en ze bedankt hem voor het redden van haar leven.
“Geschenken zullen jou toekomen”, zegt ze, “als je dit aan niemand
vertelt.”



Hij wordt wakker en vindt een proviand opgestapeld voor zijn deur. Elke
avond wordt er eten gekookt, maar hij ziet niemand. De Kikkervrouw
verschijnt nogmaals voor hem en vertelt hem naar de beek te gaan die uit
de berg komt en te zoeken naar een rode streep onder water. “Neem wat
te drinken. Je zal daar iets vinden, maar vertel het aan niemand.”



Skookum Jim vindt goud, heel veel goud, maar hij weet niet waar goud
goed voor is. Hij vertelt het aan een paar goudzoekers die hem hebben
omgekocht met geld. Alleen weet hij niet wat hij met papieren geld moet
doen, dus hij spijkert het aan de muren van zijn hut.



Dat is het ware verhaal over de ontdekking van goud.



Klondike Gekte




Verhalen over de massive Klondike goud treffer bereikten de
buitenwereld pas in juli 1897, bijna een jaar nadat George Carmack en
Skookum Jim het eerste goud vonden in de Bonzana Creek. In slechts een
paar weken werd de Klondike bekend over de hele wereld. ‘Overal goud,’
kopte een krantenartikel boven een verhaal dat beweerde dat de grootte
van het Yukon goudveld geevenaard werd door Amerika’s tarwe velden. En
dat de gele stromen van goud in het noorden net zo enorm waren als de
amber kleurige golven van graan in het zuiden.



Goudkoorts misleidde tienduizenden mannen en vrouwen, die normaal
gesproken rationeel dachten met het idee dat zij diegene waren die de
belangrijkste goudader in het noorden zou vinden. Veel mensen die naar
de Klondike reisden hadden geen flauw idee waar zij heen gingen, of wat
ze zouden doen als ze daar aankwamen.


Geen gemakkelijke weg



Chilkoot Pass - White Pass Routes






Chillkoot Pass: De originele route naar de Klondike goudvelden leidde
over een antieke Tlingit handelsroute, the Chillroot Pass. De route naar
de pas verliet het laagliggend kustgebied van Dyea, een kleine inham
vlakbij Skagway. Het spoor kruisde heen en weer over de Dyea rivier, via
mijlpalen als Stonehouse en de Scales aan de voet van de pas zelf. De
pas was formidabel, met bijna verticale wanden, die de een na de andere
avonturier in de rij op de vlucht lieten slaan. 



White Pass Trail: De laatste steile klim over de Chilkoot Pass omvatte
het gebruik van lastdieren. Dit zette Skagway promotors er toe aan om
een nieuw route op te richten, die direct van Skagway naar Lake Bennett
liep, de White Pass trail. Omdat zoveel van de dieren dood gingen op dit
ruwe en smalle pad, werd het al snel bekend als het Dead Horse Trail,
het dode paarden pad. De avonturiers kregen te horen dat het niet
uitmaakte welke weg ze kozen, omdat “je snel wenst dat je de andere
gekozen had.”






De North-West Mounted Police stond het voor iedere reiziger toe om
ongeveer een ton aan goederen en uitrusting mee te nemen, genoeg om
hem/haar een jaar te kunnen onderhouden in de Yukon. Reizigers maakten
herhaaldelijk tochten heen en weer over de pas om hun uitrusting te naar
de Yukon te vervoeren. Vrouwen met de intentie om hun benodigde ton aan
goederen te verwerven, konden betalen om hun goederen over de pas te
laten transporteren, terwijl andere vrouwen platzak aankwamen en er ook
in slaagden om er iets van te maken.



Eenmaal over de passen vestigden hordes goudzoekers zich in tijdelijke
kampen aan de oevers van Lake Bennett. De reizigers ontbosten zo’n
beetje het omliggende gebied, doordat zij boten bouwden in afwachting
van de eerste dooi. Zodra het ijs uit de meren en rivieren verdween,
dreef een vloot van zelfgemaakte vlotten de Yukon rivier af. De rivier
tocht door White Horse en five-Finger Rapids duurde vaak een tot twee
maanden totdat de avonturiers Dawson, de nieuwe stad aan de oever van de
Yukon rivier bereikten.



White Pass & Yukon Railway: De constructie van de White Pass &
Yukon Railway over de White Pass vanaf Skagway begon in mei 1898. De
eerste passagierstrein bereikte de top in februari 1899. Tegen de zomer
hadden passagiers de mogelijkheid om bij Lake Bennett een rivierboot te
nemen voor hun reis naar Whitehorse. De spoorweg vervolgde zijn route
door Whitehorse in juni 1900, waar passagiers een boot naar Dawson
konden nemen. De reis naar Klondike was niet langer het avontuur dat het
was geweest ten tijde van de piek van de goldrush.



Na de goldrush werd Skagway rustiger zodat zich een vervoersbedrijf kon
vormen, waar reizigers vanuit de Yukon en Alaska een verbinding maakten
tussen de Yukon rivierboten, de zogenaamde sternwheels en schepen van
de Inside Passage via de White Pass & Yukon Railway.



St. Michael's route: The All-water Route






Voor reizigers met geld en tijd was er de All-Water route. Stoomschepen
vertrokken vanuit Seattle en de havens aan de Westkust naar St.
Michael. Vanaf daar konden ze hun 2400 km lange reis de Yukon rivier op
vervolgen naar Dawson met de sternwheel platbodems.



Veel reizigers ontdekten dat de Yukon rivierboten waarop ze een plaats
hadden gekocht niet eens bestonden en strandden in St. Michael. Andere
boten begonnen hun reis stroomopwaarts te laat in het seizoen. Deze
werden ingesloten door het ijs en gedwongen te overwinteren in Rampart
of Circle City.





Een gouden kans




Discovery City aan de Otter Creek werd binnen een paar maanden gebouwd.
Mannen sleepten met blokken, zagen en kozijnen om een rij winkels en
een promenade te maken. Veel vrouwen maakten gebruik van deze nieuwe
steden, om bijvoorbeeld een café, bakkerij of huttenverhuur bedrijf te
beginnen.






Skagway deed dienst als de poort naar het White Pass Trail. Wat
oorspronkelijk het stuk land van Captain Moore in 1888 was, werd tussen
1897 en 1899 overlopen door duizenden hoopvolle goudzoekers. Zij bouwden
winkels, hotels, kroegen en hutten op de modderige vlakte die leidde
tot de White Pass Trail. Het pad werd later verlaten toen de White Pass
& Yukon Railway een passagiersservice begon tot in Carcross en
Whitehorse. Skagway was een vrijstaat in tegenstelling tot Dawson, wat
onder het regime van de North-West Mounted Police viel. De duizenden
mensen op doorreis die gestrand waren in Skagway, waren een makkelijke
prooi voor criminelen zoals Soapy Smith.





Dyea lag bovenaan het pad van de populair route Chilkoot Trail.
Aankomende goudzoekers waren genoodzaakt om hun provisie in dolle haast
te dumpen op kustlijn aan het lange getijdestrand aan de kop van de Dyea
Inlet. Dyea was een bestaand ruilstation, waar nieuwe ondernemers
winkels, hotels en kroegen bouwden. Zij zetten ook een krant op om de
avonturiers een dienst te bewijzen. Dyea werd nooit zo druk als Skagway
en het veranderde in een spookstad nadat de White Pass & Yukon
Railway een passgiersservice vanuit Skagway opzette.



Dawson City werd gebouwd op het punt waar de Klondike en Yukon rivieren
samenkomen en er werd constant gebouwd. Tijdens de eerste jaren van
haar bestaan was Dawson een bruisende stad, waar de deuren van elke
saloon wagenwijd open stonden, en waar gedanst en gegokt kon worden. The
North West Mounted Police had de stad onder controle en tolereerde
prostitutie. Toen de White Pass e & Yukon Railway in 1899 voltooid
was, veranderde de zware reis vanuit Skagway over de White Pass in een
nostalgische herinnering. Als een gevolg hiervan kwamen er meer
middenklasse vrouwen en veranderde het karakter van de nieuwe stad.
Zakelijke kansen waren in overvloed aanwezig voor de mannen en vrouwen
die inspeelden op wat de minwerkers in Dawson nodig hadden.






Er werd goud gevonden in Anvil Creek op het Seward Peninsula in 1898.
De ontdekkers, 3 nieuwkomers van Scandinavische afkomst, werden al snel
omgedoopt tot 'De drie Zweedse mazzelaars'. Hoewel 2 van die mannen
genaturaliseerde burgers waren, vonden de mijnwerkers in de Raad dat de
immigranten hun claims niet verdienden en er volge een ware claim
bespringing. In het begin van de lente van het volgende jaar hadden een
paar honderd man 1500 claims opgeist. Bijna 3000 meer mensen arriveerden
na de ontwikkelingen van 1899. Teleurgesteld omdat alle beekjes al door
iemand anders opgeeist waren, zetten duizenden behoeftige mensen hun
tent op voor aan het strand. Al snel ontdekten zij dat ook het
strandzand rijk in goud was. Mannen en vrouwen panden het strand af op
claims zo groot als scheplengte.



Nome was het armenparadijs. De goudvelden waren per boot direct
bereikbaar vanaf Seattle, zonder dat er nog verder over land gereisd
moest worden. Nieuwkomers zagen een lijn van witte tenten uitgestrekt op
het het strand over tenminste 15 km in beide richtingen. Omdat er geen
civiele regering was die voor sanitaire voorzieningen zorgde, leefden de
inwoners van Nome in een enorme stank en hadden zij een behoorlijke
kans op ziektes.



De goldrush van Nome werkte als een magneet voor criminelen, die de
goudzoekers volgden naar het noorden. De North-West Monted Police
waarschuwde de Amerikaanse autoriteiten voor voormalige leden van de
bende van Soapy Smith in Skagway en veel van de ergste criminelen aller
tijden onderweg waren naar Nome in de herfst van 1899.



Meer mensen



De zoektocht naar goud in Alaska en het Yukon gebied werden intensiver
na de Klondike treffer. Hordes mannen en vrouwen reisden af naar het
noorden om hun dromen van welvaart na te jagen. Sinds er goud in het
Circle en Fortymile Districts was gevonden in beekjes stromend vanuit de
noordkant van de Tanana heuvels, leek het logisch dat de zuidkant van
de heuvels eveneens goud moest bevatten. Maar dit gebied was lastig te
bereiken, vanwege de afstand tot de Yukon rivier.




Felix Pedro en tom Gilmore ontdekten goud in de heuvels ten noorden van
de Tanana en Chena Rivieren in 1901. In 1903 begon een nieuwe goldrush.
Goudzoekers eisten duizenden claims op. Echter, de opbrengsten waren
teleurstellend tijdens de zomer van 1903 en er werd weinig goud
gewonnen.



Maar toen raakte Dennis O'Shea een goudader in Fairbanks Creek, No. 8 Above.
Dit was een van de rijkste claims in de Fairbanks Mining District en
leverde $136 per pan op. Ontdekkingen in Cleary en Ester Creeks volgden
snel. Bijna 2/3 van het gemijnde goud in de Tanana heuvels van voor 1910
kwam uit deze beekjes. De totale produktie van goud was meer dan $30
miljoen. Stadjes verrezen bij elke beek met een totale populatie van
1600 inwoners.





Fairbanks begon op het moment dat Isabelle en E. T. Barnett een
ruilpost oprichtten evenals een rivierverbinding met de Yukon rivier. Na
de goud ontdekkingen en de komst van mijnwerkers en goudzoekers, kwamen
zakenlieden in grote groepen naar de nieuwe stad vanuit Dawson en Nome.
Fairbanks overtrof Circle City in grootte met 1200 mensen en 500 huizen
en hutten. De logo's van bedrijven die begonnen waren in Dawson
bepaalden nu het straatbeeld van Fairbanks. Na bijna tien jaar van
pioneren waren veel mannen en vrouwen er aan toe om zich permanent te
vestigen en een omgeving voor het stichten van een gezin te creeren.




Een van de eerste maatschappelijke ontwikkelingen was een school,
gevolgd door een ziekenhuis en kerken. Vrouwen organiseerden clubs en
vonden geldschieters om deze maatschappelijke instellingen te
financieren. Het stadje Fairbanks groeide gestaag toen de goudproduktie
toenam van $40 000 in 1903 naar $600 000 in 1904 en uiteindelijk naar $ 6
miljoen in 1905.



Terwijl de opbrengst van het Faibanks Mining Distric afnam na 1909,
werden er meer ontdekkingen gedaan in de verre districten van Iditarod,
de Upper Koyuluk en Kantishna, en was Fairbanks verzekerd van een plek
als commercieel centrum.



De verleiding van de Wildernis






In het begin van de eeuw omvatte wildernis leeg land dat wachtte om
verovert te worden, als een onaangebroken bron van nieuwe hulpbronnen.
Terwijl Fairbanks een mijncentrum werd waar goederen per rivierboot en
via het pad arriveerden, werden er nieuwe ontdekkingen gedaan in nieuwe
gebieden zoals Wiseman aan de Upper Koyuluk Rivier en Kantishna in de
Alaska Range.



De Iditarod was een afgelegen mijngebied tussen de Lower Yukon en
Kuskokwim Rivieren, dat bruiste van activiteit nadat er goud was
gevonden in Otter Creek in 1909. De Chandalar Mining District werd
opgeeist in 1903 en bevoorraadt vanuit het dorp Beaver aan de Yukon
Rivier. Chisana, Livengood en Ruby waren onderdeel van de laatste
goldrushes tussen 1912 en 1915.



Terijl mijnen altijd de belangrijkste attractie was, werden sommige
vrouwen naar de wildernis getrokken omdat het 'ver weg' representeerde
en op de grenzen van de bewoonde wereld lag.



De Kantishna claims zijn maken nu deel uit van het Denali National
Park, terwijl de Chandalar Mining District grenst aan de poorten van het
Arctic National Park. De Chisana Mining District ligt in het hart van
het Wrangell-St. Elias National Park.



Eenzame panners



Waar goud was, was entertainment. Fortymile, de eerste blanke stad aan
de Yukon had een theater in 1895 dat draaiende gehouden werd door Anna
en George Snow. Een jaar later bouwden zij een enorm opera huis in
Circle City.



Toen vervoer per spoor en stoomboot beschikbaar werd tussen Skagway en
Dawson in 1900, planden theater bedrijven uit Canada en de VS
voorstellingen in. Legitime theaters en dansgelegenheden werden een
belangrijk onderdeel op veel podia in Dawson.






Danseressen, prostituees en actrices werden altijd genoemd in de
verhalen, handleidingen en later in verslagen van de goldrush.
Schrijvers uit die tijd gaven glans aan hun levens en rollen. Terwijl
elke man een baan met een schep kon krijgen, kon elke vrouw met
uithoudingsvermogen als danseres aan de slag. Voor een dollar, mocht een
eenzame mijnwerker 5 minuten over de dansvloer van een kroeg of casino
ronddraaien. De vrouwen verdienden $40 tot $50 per week plus een
percentage van de drankjes die zij verkochten.






Veel artiesten en actrices die Dawson aandeden tijdens hun tournee,
kwamen thuis met een fortuin aan gouden nuggets, die op het podium
gegooid werden als fooi. De juweliers van Dawson maakten hier
indrukwekkende gordels van, die almaar langer, waardevoller en zwaarder
werden naarmate het seizoen vorderde.



De volgende generaties



De depressie van de 1890s in de VS en Canada zorgde voor opschudding in
de economische en huiselijke sfeer. Mannen en vrouwen verlieten hun
echtgenoten en soms zelfs hun kinderen om naar het noorden te gaan,
alleen zodat ze konden rondkomen. Zij zagen de nieuwe steden vorm
krijgen als plekken van hoop en kansen en zij raakten gemotiveerd om het
gezinsleven te creeeren wat zij nooit gehad hadden.



Oorspronlijke families werden verstoord door epidimieen, alcohol
misbruik, gemengde huwelijken en verandering van bestaande tradities
door de goldrush. Echter, sommige vrouwen erkenden de noodzaak om voor
een opleiding voor hun kinderen te zorgen als ze wilden slagen in deze
nieuwe cultuur.



Veel jongen mannen en vrouwen kwamen met hun broers en zusters, waar
zij samen nieuwe familie netwerken vormden. Echtscheiding was geen
stigma in het noorden en hertrouwen was normaal. Vrouwen en mannen
werden geaccepteerd voor hetgeen ze konden doen.



Kinderen die geboren werden in Alaska en de Yukon volgden de ethiek van
hun ouders en wilden graag een plek voor zichzelf. Zij, op hun beurt,
trouwden en vestigden zich om een famile groot te brengen. En de Yukon
Territory ontwikkelde zich tot een moderne staat.



De periode vanaf de goldrush tot aan WOI was er een van groeiend
politiek activisme. In 1913 ontstond de Tanana Chiefs Council met
rechter Wickersham. Er was een groeiende drang naar politieke en
functionele macht. Vrouwen deden mee in pogingen om traditioneel land
dat verloren was gegaan aan de gouddelverij in het Interior en aan
commerciele visvangst in het zuidoosten terug op te eisen.



Wereldwijde griep epidimieen verwoestten veel dorpen in Alaska tussen
1918 en 1920. Het was de stille periode omdat veel ouderen en leiders
stierven. De dood van zoveel mensen resulteerde in ontbering en de
reorganisatie van veel families.



Wereldwijde gebeurtenissen die onderdeel uitmaakten van de grote
depressie en WOII overschaduwden de vooruitgang van de politieke rechten
voor de oorspronkelijke inwoners van het land. Studenten moesten hun
dorpen verlaten om naar school te gaan en een elementaire of
vervolgopleiding te volgen.







From: http://www.uaf.edu/museum/exhibits/tog/





Terug naar Top van de pagina

Terug naar Goud historie

Frenk's corner