Nijverdal - Nederland
Gold Rush in het Salland
De goudhistorie van Overijssel

In 1902 maakte Gedeputeerde Staten bekend dat er een verzoek was
ingediend voor een concessie om goud te graven en het exploiteren van
een goudmijn in Nijverdal. De mannen achter dit voorstel hadden flink
wat geld verdiend in de goud industrie in Zuid-Afrika. Nu er misschien
wel schatten dichtbij huis in de grond zaten, waren de heren wel bereid
om enig risico te nemen. Anticiperend op toekomstige goudmijnen kochten
ze een flink stuk grond in de buurt van de Nijverdalse Trompweg van een
boer in Hellendoorn.
Bodemmonster waren naar Amsterdam gestuurd om het goudgehalte van de
erts vast te stellen. De uitslag van dit onderzoek was spectaculair: het
ingezonden monster bevatte 50 mg goud en 250 mg zilver per kg grond.
Uit het rapport bleek verder dat elke kilo erts voor fl 0,04 aan goud
bevatte, oftewel fl 40,- per 1000 kg erts, terwijl het rendement van een
gemiddelde goudmijn in die tijd fl 32,- per 1000 kg erts bedroeg.

Het terrein van het toekomstige mijnveld Erica omvatte 2047 hectare. De
grenzen werden bepaald door Haarle in het zuiden, via de spoorlijn tot
aan Raalte in het westen, vervolgend tot Hellendoorn in het noorden en
boog af tot de weg Rijssen-Holtenin in oostelijke richting.
De exploitanten van het toekomstige mijnveld Erica hadden toegezegd om
per hectare fl 12,50 schadevergoeding aan de grondeigenaren te betalen
bij ondergrondse exploitatie, en zelfs fl 400,- als ook bovengrondse
exploitatie nodig mocht zijn. Tevergeefs, want deze bedragen waren voor
de Nijverdalse grondeigenaren niet hoog genoeg en ze weigerden verder
mee te werken.

Ondanks deze teleurstelling begon het delven. Uit de verschillende
bodemlagen werden monsters genomen. Ook verschillende stenen werden aan
een grondig onderzoek onderworpen. De monsters van 5 tot 10 kg werden
per trein verzonden naar een laboratorium.
De uitslag van dit onderzoek zou doorslaggevend zijn voor de
voortzetting van dit project. Het eerste onderzoek had een behoorlijk
goudgehalte aangewezen, maar nu werd er lang niet meer zoveel gevonden.
Ingenieurs van de Staatsmijnen in Limburg stuurden 10 monsters naar
Delft voor onderzoek. Het resultaat was teleurstellend. De meeste
monsters, 7 van de 10, bevatten goud, maar in zulke geringe hoeveelheden
dat deze erts uit commercieel gezien geen waarde heeft. Die
hoeveelheden per m3 erts varieerden van 0,035 g tot 0,086 g. De waarde
aan goud in de erts bedroeg hoogstens fl 0.08,- per 1000 kg of 14 cent
per m3 grond.

Dit was toch een aanzienlijk ander resultaat dan uit het eerste
onderzoek. Slechts de tweede 100 gram uit één enkel monster bevatte 0,2
gram goud, oftewel een bedrag van fl 0,28 per m3 grond. Een bittere
teleurstelling voor de exploitanten, met als gevolg dat het verzoek tot
concessie werd ingetrokken.
Anno 2006 herinneren nog slecht enkele feiten aan de goldrush in het
land van Salland. Boven op de Nijverdalse berg staat een huis met de
naam Alaska, een camping heet 'de Gouden Bergen' en een
amateur-historicus Ponsteen wijdt enkele pagina's van zijn boek aan de
goudvelden van Nijverdal, tenslotte is er ook nog een pad langs het
spoor wat het 'Goudzoekerspad wordt genoemd. Het is deze naam die een
groep Nederlandse goudpanners uitdaagt om naar Nijverdal te komen en een
poging te doen om onze nationale goudpan geschiedenis eens nader te
onderzoeken.
Bron: http://www.biblioplaza.nl/overover/lokges/hellnijv/goudmijn1.htm; Twentsch Zondagsblad, 4 october 1964; Twensche courant, 2 februari 1974; Twensch Volksblad 11 februari 1966
Terug naar Top van de pagina
Terug naar Goud historie
