![]() |
|
Goud historie van St Yrieix-La Perche ![]() De mijnbouw begon met een enorme open pit mijn van 10-20 m diep bij een paar honderd meter lang. Toen deze vorm van exploitaite niet langer rendabel was, maakten de mijnwerkers ondergrondse tunnels tot een diepte van 30 m. Het water werd weggevoerd door een afvoersysteem dat speciaal hiervoor was ontworpen. De erts werd verpulverd en soms geroosterd. Over de functie van het roosteren bestaat nog veel twijfel, misschien verzwakte het de quartz of versterkte het de hitte bestendige ertsmineralen. Meestal werd het goud gewonnen door middel van de zwaartekracht in stromend water. Er is geen betrouwbare informatie over Keltisch goudpannen, maar het is mogelijk. Bij de rivieren liggen hopen zand die verbonden lijken te zijn met goudpan activiteiten en die niet beschreven zijn in historische teksten. Aan het eind van deze periode kon niemand zich meer herinneren dat deze kuilen ooit goudmijnen waren geweest. ![]() ![]() 1966-2001: Moderne onderzoeken en exploitaties In de jaren 60 begon het goudzoeken opnieuw. Hoewel de Cros Gallet lens al in 1966 werd ontdekt, was de goudprijs pas in 1982 zodanig hoog dat het rendabel was om de Bourneix mijn te openen. In 1988 was de Bourneix Mines Society een feit. Open pit mijnen, zoals Cros Gallet, Fouilloux, Renardières, Clovis en Fagassiere zijn in werking, terwijl het ondergronds mijnen wortd ontwikkeld in Laurieras, Masvieux en Fau Marié en tegelijkertijd een nieuw erts verwerkings systeem wordt gebouwd. Aan het eind van de exploitatie, in juni 2001 is er in dit gebied tussen 1982 en 2001 25 ton goud geproduceerd. ![]() Bron: http://www.aredius.fr/euror/introus.htm Terug naar Goud historie
|
||